zaterdag 10 december 2011

Advent

God heeft een gezicht

Er was een tijd dat de mensen
in de korte dagen
bij het schemerlicht,
en bij het halfopen deksel van de kachel
niets anders deden dan verlangen:
een oeroud verlangen
naar de lente en het lengen van de dagen.

Nu scheppen wij iets van dezelfde sfeer
met schemerlicht en kaarsen.
Maar ons verlangen
is zoveel meer,
reikt zoveel verder dan de lente
en het lengen van de dagen.

Wij verlangen in de duistere berichten van de laatste dagen
naar een land en naar een leven
zonder angst en zonder leugen.

Laat morgen al het duister opgehelderd zijn,
de diepste oorzaken ervan bekend,
de juiste besluiten gevallen en oordelen geveld,
zodat ons land gezond,
herademt.

Er zit in elke duisternis een eigen dynamiek,
onweerstaanbaar groeit de morgen uit de nacht,
de lente uit de winter.
Zo heeft God zijn schepping uitgedacht.

Diezelfde rusteloze dynamiek zit in de mens.
Onweerstaanbaar
groeit bij elke ongerechtigheid
een onbehagen en een weerstand
en die rebelse wil om eindelijk en voorgoed
gerechtigheid te maken.

Wij bidden om advent,
om licht
dat groter is dan het licht van de mensen,
en om liefde uit den hoge,
mooier dan de lente. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen